Terug
De Reus


Dertien oktober 1999. De Reus is geveld! Reeds twintig jaar lang heb ik hem bijna dagelijks bewonderd vanuit het raam van mijn atelier, dat zich op de bovenste verdieping van het Kasteel Verloren Bos bevindt. In de lente, als het eerste prille groen van de ontluikende bladeren schuchter tevoorschijn komt, tot de zomer wanneer hij wordt overladen met een kroon van goudgroene bladeren die, naarmate de dagen verderschrijden, langzaam verkleuren naar goudgeel gemengd met karmijnrood, paars, violet en kastanjebruin. Een weelde voor het oog en voor de schilder. Maar ook dat gaat voorbij. Daarna begint de ontkleuring en beginnen de bladeren af te vallen; nog vòòr de beukenootjes, die ook dit jaar weer overvloedig aan de takken hangen.
Het beloofde voor de vogels een feestelijk jaar te worden. Helaas, het zou niet mogen zijn. Op zekere dag kwamen een paar heren de Reus bekijken. Niet om hem te bewonderen, zoals later zou blijken, maar om een definitief oordeel te vellen over hoe en wanneer zij hem zouden ombrengen. Een paar dagen later begon men het terrein af te bakenen met een kleurrijk lint in een wijde kring rondom de boom en was zijn lot bezegeld.
Het was al een paar jaar voordien begonnen, toen op zekere dag, bij stormachtig weer, de Reus gehalveerd werd. Dàt was het begin van het einde. Toch hield hij het nog enkele jaren vol, tot een paar maanden geleden hij voor een tweede keer door elkaar geschud werd en men het raadzaam oordeelde hem te vellen gezien het gevaar voor spelende kinderen. Daarover heb ik mij trouwens dikwijls lastig gemaakt; omdat zij zo vaak in zijn takken kropen, gelijk de apen, waardoor al verschillende takken afgebroken waren. Ik heb zelfs gezien dat zij die toezicht moesten houden, er om zaten te lachen! De kinderen vermaakten zich en verder dachten zij niet. Dat die bomen geen speeltuigen waren en dat door hun toedoen reeds takken waren afgebroken, daar stonden zij niet bij stil. Als natuurliefhebber kon mij dat wel kwaad maken en als ik hen dan terechtwees, dan pas kwamen zij tot het besef dat dit niet mocht. Voor mij een bewijs dat hun opvoeding veel te wensen over liet.
En nu was het dan zover. Twee brandweerwagens kwamen 'den hof' opgereden; één met een grote ladder, de andere zonder. De werkmannen hadden allemaal gekleurde pakken aan en rode helmen. Ook die begonnen de Reus van alle kanten te bekeuren. Iedereen gaf zijn mening, maar tenslotte wint alleen hij die het voor het zeggen heeft en dat is gewoonlijk den hoogsten in rang.
In afwachting van het oprichten van de ladder, begonnen een paar mannen alvast de mooi gevormde takken, die tot op de grond reikten en die voor de jeugd zo uitnodigend waren om op te kruipen - af te zagen. Ik hoorde de Reus kreunen, maar ik denk niet dat iemand van de groep dat ook hoorde. Toen werd de grote ladder opgericht. Twee van die gehelmde mannen hadden in de beide .. van de ladder post gevat. Eén ervan gaf aanwijzingen naar de man in de cabine. Dat deed hij met zijn linkerhand op zijn rug, terwijl hij de man met de grote elektrische zaag wat toeschreeuwde. De ladder ging omhoog en omlaag, naar links en naar rechts en zo viel de ene tak na de andere met veel gedruis naar beneden. Alleen met de bovenste mooie, kleurrijke tak hadden zij nog wat last; alsof die zich wou verzetten tegen deze barbaren, niet begrijpend dat dit moest gebeuren, zoals zoveel natuurliefhebbers.
Helaas: het kon niet anders. De Reus was ziek en zelfs ongeneesbaar. Nu blijft, voorlopig althans, alleen de romp staan en gaat men hem wat bijwerken en bewaren als monument. Ik hoop dat ik het geluk heb hem nog jaren te mogen bewonderen.
Dag Reusken..